En er kwam geen Licht ...

In de ontwikkelingspsychologie is er een theorie van Sigmund Freud waarin wordt beschreven dat ieder kind door meerdere fasen gaat bij de ontdekking van het eigen lichaam. Een van deze fasen is de orale fase, en wordt gekenmerkt door bijvoorbeeld het innemen van speelgoed en het welbekende duimen. Dit onwenselijke gedrag wordt vaak door de ouders streng afgewezen en het kind wordt dan ook zo vroeg mogelijk gecorrigeerd. Daarna volgt de nog minder wenselijke anale fase, waarbij het rectale gebied als een lustverschaffer dient. Normaliter groeien kinderen door naar een volgende fase, de vorige fase achter zich latend.

Maar wat schetst mijn verbazing: het merendeel van de homoseksuele mannen houdt merkwaardig genoeg vast aan de ‘laat ik eens aan mijn poepertje zitten’-behoefte. De waanzin drijft hen tot het betasten, bepotelen en stimuleren van hun bruine plekje. Oh, en het is eigenlijk nog lekkerder als een andere jongen er zijn vingers of tong vies aan maakt.

Het feit dat er veel zenuwen lopen is voor velen een rechtvaardiging om het als seksobject te kunnen zien. En omdat het zo fijn is om je prostaat via de ingewanden te stimuleren, steken veel jongens en mannen er iets enorms naar binnen. Ik kan me herinneren dat tennisballen in uitlaten proppen een ongewenst pesterijtje was.

Maar goed, een object is niet wat het geweest is, dus laten we er lichaamsdelen in stoppen. Je begint met één spreekwoordelijke vinger … en voor je het weet is het de gewoonste zaak van de wereld dat de doerak van de ander herhaaldelijk naar binnen geschoven wordt. Het idéé om zelf iemand ermee te behagen trekt spontaan het bloed weg uit overal waar mijn bloed komen kan.

En ja, gelijkgestemden kennen vast het tegenargument met een semibegripvol doch dwangmatig ‘je moet er even aan wennen’. Pardon, maar zolang ik het niet lekker vindt om met een vleesmes mijn organen bloot te leggen, probeer ik het niet zuiver om te kijken of ik het uiteindelijk wel lekker ga vinden. Opgelegde interesse bestaat niet.

Welnu, lezer, ik richt mijn onbegrip mogelijk op jou en redelijke kans dat je onbegrip naar mij nog groter is. Ik heb immers geen idee waar ik het over heb, nietwaar? Maar laten we elkaar als gelijkwaardigen zien: jij blijft misschien onterecht in een fase hangen, terwijl ik er onterecht een oversla.

Waarom is het gekker dat ik er niet aan beginnen wil, dan dat jij het al jaren doet?

Laurens
5 augustus 2008

<< Terug
Laatste Neologismen
Finansyrië
Andersoms
Ondernemingsradio
Empathéïst
Impulsaankoper

Laatste Columns
Wie schrijft, die blijft
Sterke mening over relativeren
Fijne foutjes

Laatste Gedichten
Digitaal socializen
Spreek me gerust aan
Teder
Mits ongedetermineerd, valt alle tekst op deze site onder mijn auteursrecht.